IEDERE. ENKELE. KEER. VROUW: "We zouden mensen moeten opnemen!" VERSLAGGEVER: "Zou je een Somali kunnen opnemen?" VROUW: “Ik weet niet zeker of ik dat zou kunnen. Ik, ik, ik zou dat niet kunnen doen zonder eerst met mijn man te praten. Ik zou eerst meer informatie willen hebben."